Ik kocht laatst een prachtige broche waar ‘Fuck perfect’ op stond. Ik was er zo blij mee, maar verloor hem een maand later op de luchthaven van Bali, dus die krijg ik nooit meer terug. Ik vond dat triest, want ik verlies nooit dingen. Meer nog, als ik zo’n button aanheb, check ik 30 keer per dag of die er nog hangt. Behalve die dag op de luchthaven toen mijn trui nonchalant over mijn handtas hing en we net aan onze huwelijksreis waren begonnen. Mijn vriendin Alanis zou zingen dat het ironisch is.
Perfectie
Nummer één.
‘Jij wil toch ook altijd de beste zijn?’ zei ik tegen mijn wederhelft. ‘Ja’, antwoordde hij, ‘maar niet per se in de categorie ‘AirBnB-gast’ of klant in de supermarkt.’ Ik lachte. Maar tegelijkertijd flitsten honderden situaties door mijn hoofd waarin ik de liefste, warmste en beste wilde zijn.